include_once("common_lab_header.php");
Excerpt for De vier en de vijf; twee verhalen by , available in its entirety at Smashwords



De vier en de vijf; twee korte verhalen

Copyright © 2019
Ceres van Esch

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, door middel van druk, fotokopieën, geautomatiseerde gegevensbestanden of op welke andere wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de schrijver.

De vier elementen


Water


Amaya staat bij de voordeur. Haar borstkas gaat op en neer. Heeft ze haar sleutels al gepakt? Ze opent haar rechterhand. Check. Tas? Linkerhand. Check. Ze staart naar de groen geverfde deur. Een zacht en diffuus licht valt vanaf het raampje in het midden van de deur op haar gezicht. Ze sluit haar ogen. Vandaag is de dag. Vandaag kan ze het. Ze steekt haar hand uit en pakt de deur vast. Een klein zweetdruppeltje verschijnt op haar voorhoofd. Snel veegt ze het weg met haar andere hand. Ze trekt de deur langzaam open. De buitenwereld toont zich als een grijze mist. Vage contouren en fletse kleuren vormen de wereld buiten haar huis. Een vreemde wereld. Eén die niet van haar is, één waar ze niet thuis hoort. Ze trekt de deur verder open. Eventjes leunt ze ertegen, dan stapt haar voet –één voet maar- naar buiten. Dat is het dan. Verdeeld tussen twee werelden. Buiten is een avontuur. Je weet nooit wat er gaat gebeuren. Buiten is spannend, maar het is ook bevrijdend. Ze heeft teveel zelfhulpboeken gelezen. Buiten is eng. Buiten is beangstigend. Het is helemaal niets, deze grijze brei. Amaya's maag rammelt. Daar komt de tweede voet. Alsof ze haast heeft trekt ze de deur achter zich dicht. Die is dicht. Nu kan ze niet meer terug. Jawel, ze heeft de sleutels. Dat heeft ze net gecontroleerd, toen ze nog binnen stond. Ze kan nog terug, maar ze went haar hoofd af van de deur. Nee, vandaag is de dag. Vandaag kan ze het. Ze ziet hoe haar voeten over de grinttegels naar het tuinhek lopen. Voorzichtig en langzaam, maar ze bewegen. Ze bewegen! Ze heeft het tuinhek bereikt. Amaya richt haar blik op de straat. Nu zijn de huizen duidelijk zichtbaar. Rijen met bruine huizen en zwarte auto's. Ze haalt nog eens diep adem. Een fietser komt voorbij en groet haar met een knik. Ze knikt beleeft terug. Het eerste menselijke contact van vandaag. Ging het goed? Zag de man wel dat ze terug knikte? Was het Kris van de hoek? Blond haar, groot postuur. Ja dat moest Kris wel zijn geweest. Had ze niet iets moeten zeggen? Iets van hoe gaat het, dat had wel aardig geweest. Hij was toch laatst ziek geweest dacht ze hardop na. Ze had heus wel aan hem gedacht. Ja ze had moeten vragen hoe het met hem gaat. Volgende keer. Ja volgende keer, want als hij kan fietsen zal hij al wel weer beter zijn. Een ding tegelijk. Haar maag rammelt weer. Boodschappen, dat moest ze als eerste doen. Amaya sluit het tuinhek achter zich. Aan het einde van de straat klinkt het geluid van een startende scooter. Ze loopt over het kleine stukje stoep naar het zebrapad. Ze ziet hoe haar voeten de straat op stappen. Steeds verder van huis, maar dichterbij haar doel. De supermarkt.

'Aan de kant hoer!' Een scooter schampt Amaya's jas. De scooter slingert en botst tegen een geparkeerde auto. Hij houd zichzelf nog net staande.

Amaya staat aan de grond genageld. De tranen springen in haar ogen.

De jongen trekt zijn scooter naar achteren. 'Wat sta je daar nou te janken? Kennie niet uitkijken hersenloos wicht. Kijk wat je met mijn scooter gedaan hebt!'

'Ik. Ik.' Amaya staart met open mond naar de jongen. De tranen dwarrelen over haar wangen.

Achter Amaya gaat de deur van een auto open. Een vrouw met kort blond haar stapt in haar ochtendjas uit en komt eraan gerent. 'Wat is er aan de hand? Is er iemand gewond?'

'Ja, mijn scooter,' brult de jongen.

De vrouw schudt verbaasd haar hoofd. Dan richt ze haar blik op Amaya. 'Gaat het meissie?'

Amaya knikt haar hoofd.

De vrouw kijkt haar zorgelijk aan.

'Ik moet gaan,' piept Amaya. Wild zoekt ze de herkenning van haar eigen huis.

'Wacht,' roept de vrouw haar achterna, 'kan ik helpen?'

Maar Amaya heeft haar tuinhek gevonden. Haar voordeur. Haar sleutels. Haar wereld. Ze is weer veilig. In haar eigen wereld. Hongerig, maar veilig.



Lucht


'Vond je dat nou nodig?' flapt ze eruit.

De jongen lacht, 'net zo als jij het nodig vond om in je pyjama naar buiten te lopen.' Hij kijkt haar met een misselijk gezicht aan.

'Stuk onbenul,' mompelt Bianca terwijl ze haar ochtendjas strakker om haar lijf trekt. 'Je had d'r wel dood kunnen rijden!'

'Maar dat heb ik niet.' De jongen stapt op zijn scooter. 'Wat is jouw probleem dan ouw-bakken wijf?'

'Jongens zoals jij die deze buurt onveilig maken! Ik zweer het je, als je nog eens zoiets flikt dan stuur ik de politie op je af.'

'Graag, ik hou wel van een uitdaging.' De jongen stapt op zijn scooter. Het ding maakt lawaai en de jongen snelt weg.

Mompelend stapt Bianca weer in haar auto. Die scooters, daar moesten ze nou echt eens een keer wat aan doen. Veel te gevaarlijk. Ze knijpt het stuur vast. Hoe kon ze nou vergeten zijn om haar ochtendjas uit te trekken als ze nog boodschappen moet doen, de kleding bij de stomerij moet ophalen en haar dochtertje om vier uur moet ophalen bij haar vriendinnetje? En dan vanavond ook nog ouderavond. Snel start ze haar auto en rijdt ze terug naar huis. Daar vliegt ze naar boven, gooit de ochtendjas over het bed, steekt zich in een trui en spijkerbroek en rent weer terug naar de auto. Ze kijkt niet naar de rommel die ze heeft achtergelaten. Dat komt van het weekend wel, of het weekend daarop. Maar niet het weekend dáárop, want dan is Mart jarig. Hij wordt alweer tien jaar. Wat gaat de tijd toch hard. Dan komt de visite, moet alles tip top in orde zijn. Ze moet daar ook nog een boodschappenlijstje voor maken. Als ze weer in de auto zit, zweven de ideeën door haar hoofd. Zal ze soep maken? Nee, dat is te simpel. Quiche? Veel werk, maar wel heel lekker. Die quiche, dat gaat wel lukken. Quiche gaat het worden. Mooi, hoefde ze daar ook niet meer over na te denken.

Op de parkeerplaats bij de supermarkt is het druk. Bianca moet helemaal achteraan parkeren. Ze gromt. Ook dat nog, want als het op de parkeerplaats druk is, dan is het ook druk in de supermarkt. Met haar boodschappenkarretje manoeuvreert Bianca tussen de andere mensen door. Ze heeft een efficiënt systeem. In de app op haar Iphone heeft ze alle gangen van de Albert Heijn als een plattegrond voor zich. Aardappels, wortels, uien. Rechts af het pastapad in. Spaghetti of fusilli? Fusilli, meergranen natuurlijk. Dat is gezonder. Einde van het pad is de broodafdeling. Eén mais, één volkoren. Linksaf. Drie pakken melk en twee yoghurt. Rechtdoor. Wc-papier. Heeft ze alles? Volgens de app wel. Ze kijkt nog een keer op haar telefoon voor de tijd. 15.45. Goed, het enige nu was de stomerij en dan was het nog vijf minuten rijden naar Jasmine's huis. Alsof het een wedstrijd is rent Bianca over de parkeerplaats, gooit de spullen achterin, brengt het karretje terug. Om 15.53 staat ze bij de stomerij. Daar is het gelukkig niet zo druk. Om 15.57 zit ze weer in de auto. Oei, iets te laat.


Aarde

'De thee en koekjes staan klaar!'

Emma en Jasmine lopen naar de keuken. Hun ogen worden groot. Een hele schaal zelfgebakken koekjes!

De moeder van Jasmine staat voor de twee meiden. Ze praat, maar Emma verstaat het niet.

Jasmine schudt haar hoofd en praat terug tegen haar moeder. Dan kijkt ze naar haar vriendinnetje. 'We moeten eerst de tekenspullen opruimen en alle doppen op de viltstiften doen. En voordat we thee en koekjes mogen, moeten we eerst de tekeningen aan mijn moeder laten zien.'

Jasmine en Emma stoppen keurig alle stiften mét doppen in een etui. De gemaakte tekeningen stapelen ze op en nemen ze mee naar de keuken.

De moeder van Jasmine houd de tekening van Emma omhoog. 'Is mooi! Is mooi!' roept ze enthousiast.

Emma kijkt trots. Ze wil een koekje pakken maar Jasmine houdt haar tegen. 'Even wachten, mijn tekening moet nog!'

'Is mooi!' roept de moeder nog een keer. Ze schenkt de thee in en geeft Jasmine en Emma een koekje.


Dan gaat de deurbel. De drie snellen naar de deur toe. Het is Emma's moeder.

'Bianca, kom binnen.' De moeder van Jasmine wuift Bianca naar binnen. Ze wijst naar de vloer.

'Je schoenen mama,' klaagt Emma, 'je moet je schoenen uitdoen.'

'Oh ja, dat vergeet ik steeds.' Met haar tenen wipt ze haar gympen uit.

De moeder van Jasmine lacht bevestigend. Ze wuift Bianca verder naar binnen.

'Wilt u ook thee?' vraagt Jasmine.

'Eén bakkie dan,' stemt Bianca toe.

Met z'n vieren zitten ze om de tafel. Bianca heeft het koekje, wat ze eigenlijk niet wilde omdat ze aan de lijn is, toch uit beleefdheid aangenomen. Langzaam knabbelt ze ervan. Zoveel suiker zou zij nooit gebruiken.

'Lekker?' vraagt de moeder.

Bianca lacht en knikt. 'Is veel suiker he?'

De moeder lacht tevreden. 'Ja, ja! Is goed he!' Ze slaat tevreden met haar hand op haar buik.

Emma vertelt over haar plannen vanavond. 'We moeten hard trainen als we de wedstrijd van zaterdag willen winnen. Gelukkig is Bas zo'n goede coach. Hij is wel streng hoor, want als we niet hard genoeg rennen wordt hij boos. Maar meestal moeten we dan heel hard lachen, want hij wordt zo rood als een tomaat.' Emma lacht hardop bij alleen al het idee.

Jasmine knikt. Ze ziet het helemaal voor zich. Een man met een grote tomaat als hoofd. Zelf zou ze ook wel een sport willen beoefenen, maar haar familie heeft daar geen geld voor. Bovendien vind haar moeder het maar niets, van die meisjes in korte rokjes.

'Wat ga jij vanavond doen?' wil Emma weten.

'Ik moet mee naar de ouderavond.'

'Maar dat is voor ouders!' roept Emma.

'En mij,' vertelt Jasmine, 'ik moet vertalen voor mijn ouders, anders snappen ze de juf niet.'

'Oh, maar dan kun je ze alles wijsmaken,' gniffelt Emma, maar haar moeder kijkt haar al streng aan. 'Grapje,' zegt ze erachter aan.

De moeder van Jasmine haalt meer thee, maar Bianca schudt nee. 'We moeten gaan, ik moet nog eten koken.'

Emma en Bianca trekken hun jas en schoenen aan. Ook Jasmine trekt haar jas en schoenen aan. Verbaast kijken moeder en dochter haar aan.

'Mag ik een stukje meerijden tot aan de supermarkt? Ik moet nog een brood halen voor mijn moeder.'

Bianca stemt in. De moeder van Jasmine lacht een dankjewel naar Bianca. Ze stopt een twee euro munt in Jasmine's hand. Dan spreekt ze haar dochter nog even streng toe. Ze zwaait naar de drie als ze in de auto stappen.

Bianca stopt haar auto bij de supermarkt. Jasmine stapt uit, 'bedankt Emma's moeder!'

'Geen probleem meid.' Bianca rijdt weg.

Emma draait het raampje van de auto naar beneden. 'Doei!' schreeuwt ze uit het raam.

'Veel plezier vanavond Emma!'

'Succes vanavond Jasmine!'

De twee zwaaien.


Vuur


'Hé hé, kom eens heel snel terug jij!' Amber slaat haar armen in haar zij.

'Ach, hou op, schei uit.' Een meisje met lange bruine haren komt terug gelopen. 'Het gaat om die aansteker of niet?'

Amber lacht. 'You know it.'

'Mens doe eens niet zo moeilijk.'

'Je jat altijd mijn aanstekers. Nou kom op met dat ding.'

Haar vriendin rolt haar ogen en geeft haar de aansteker uit haar zak. 'Ik weet wat jij gaat krijgen voor je verjaardag.'

'Je doet het niet hoor.' Amber fronst haar wenkbrauwen.

'Een verhuisdoos vol met aanstekers.'

'Aargh,' gromt Amber, 'je bent een verschrikkelijke vriendin!'

De vriendin lacht. 'Hou ook van jou.' Ze draait zich om en loopt weg.

'Kut,' mompelt Amber. Ze probeert een sigaret aan te steken, maar de aansteker die ze net heeft terug gekregen van haar vriendin weigert. Amber probeert het nog een keer, maar er komt geen vlam. 'Waardeloos!' gromt ze. Een voorbijganger schrikt, maar Amber ziet het niet.

Ze had net dat ene sigaretje nodig. Althans dat vindt ze zelf. Wat een rotdag heeft ze gehad. Zou ze nog een berichtje sturen? Ze pakt haar telefoon en opent WhatsApp en het gesprek met Ben.

Haar vingers zweven over het toetsenbord. Dan begint ze typen. 'Vuile rotzak! Hoe durf je! Als je ooit nog eens je smoel laat zien, zal ik die eens goed verbouwen.'

Ze stopt haar telefoon terug in haar jaszak. Dan pakt ze haar aansteker en wil ze een sigaretjes aansteken.

'Oh ja, kut.' Ze stopt alles weer terug in haar jaszak.

'Aansteker, aansteker, waar kan ik hier dichtbij een aansteker vinden.'

Ze vraagt een paar voorbijgangers, maar niemand heeft een vuurtje voor haar. Ze loopt door naar het winkelcentrum. De tabakszaak is al dicht. Ze loopt door naar de supermarkt. Als ze er nu toch is kan ze net zo goed een opwarmpizza kopen. Ze loopt meteen door naar de vriesafdeling. Ze bekijkt het aanbod, hawaii, bbq grill chicken, salami, american. Wat maakt het uit, ze smaken toch allemaal hetzelfde. Ze graait de bovenste van de stapel.

Een lange rij. 'Argh,' kreunt Amber, ze hopt van haar been op het andere. Nog even en dan kan ze roken. Ze graait haar telefoon uit haar jaszak. Geen nieuwe berichten. Ze opent het gesprek van Ben. Twee blauwe vinkjes. Die lummel heeft haar berichten wel gelezen. 'Je kan ook je excuses aanbieden zak,' stuurt ze er nog eens achteraan. Ze stopt haar telefoon weer terug. De rij is nog niets opgeschoten.

'Wat is dat voor sloom gedoe?' gilt ze over de rij wachtende hoofden heen.

De vrouw voor haar kijkt geërgerd om. Amber loopt naar voren.

'Waarom duurt het zo lang?' Amber eist een antwoord van de caissière.

'Ze zoekt haar geld, maar ze kan het niet vinden.'

Amber kijkt naast zich, ze had het meisje niet zien staan.

'Mijn geld is weg!' zegt ze jammerend. De zakken van haar jas zitten naar buiten gekeerd. Het meisje veegt haar zwarte krullen uit haar gezicht, 'mama wordt vast boos dat ik het ben kwijtgeraakt.'

'Oh, verdorie,' mompelt Amber. 'Hoeveel ben je kwijt geraakt?'

'Twee euro, voor twee broden.'

Amber zoekt in haar eigen jas. Ze heeft vier euro en vijftig cent is losse munten bij zich.

'Hier,' zegt ze en geeft het meisje vijftig cent. 'Meer kan ik niet missen.'

'Dank u,' zegt het meisje, 'dat is heel aardig, maar het is niet genoeg.'

Amber denkt een moment na. 'Als we nou allemaal even bijleggen,' roept ze tegen de mensen in de rij.

De mensen kijken haar schaapachtig aan.

'Kom op,' bromt ze, 'kunt u echt geen tien cent missen mevrouw?'

Twee dames beginnen meteen in hun portemonnee te zoeken. Amber haalt bij beide vrouwen ook vijftig cent op. 'Nog vijftig cent te gaan!' brult ze, 'wie biedt? Wie helpt dit meisje?'

Een wat sjofel uitziende meneer stapt naar voren. 'Ik heb niet veel weet je, maar zo'n zielig meissie hè. Daar word je zelf ook verdrietig van.'

‘Ja, ja,’ mompelt Amber.

Hij geeft Amber de laatste vijftig cent. Ze geeft het geld aan de caissière.

Het meisje neemt de broden aan van de caissière.

'Goh, heel erg bedankt mevrouw!'

'Mevrouw?' Amber schudt met haar hoofd. 'Word ik ook nog eens voor oud uitgemaakt!'

Het meisje kijkt haar verbaasd aan. 'Je bent niet oud hoor,' stamelt ze, 'sorry!' Dan gaat ze er snel vandoor.


Amber staat eindelijk buiten met een brandende sigaret in haar hand en een bevroren pizza in de andere. Nu kan ze lekker naar huis. Ze loopt het winkelcentrum uit, de straat door tot zei eindelijk bij het pad komt naar haar voordeur. Als ze naar links kijkt ziet ze iets merkwaardigs. Het tuinhek van haar buurvrouw staat nog open. Die is altijd dicht. Amber legt haar pizza op het stenen muurtje tussen de tuintjes in en loopt naar het hek. Als ze het hek dicht doet, ziet ze haar buurvrouw bij het raam. Amber zwaait. De buurvrouw zwaait kort terug met een kleine glimlach op haar gezicht. Dan trekt ze snel de gordijnen dicht.



De vijf uur vertraging


Twee vrouwen sleurden twee koffers en drie kinderen achter zich aan.

'Schiet op, schiet op!' beval de voorste en veruit de langste. Lena keek de gehaaste familie met haar armen over elkaar geslagen na.

'Zij wel,' mompelde ze. Ze hees het loshangende hengsel van haar rugzak over haar schouder. Ze strompelde achter de gehaaste moeders aan, maar die waren allang in de menigte verdwenen. Lena bleef voor het grote bord met vertrektijden staan. Ze zuchtte. Alsof de app op haar telefoon zou liegen over de vijf uur vertraging. Langzaam slenterde ze langs de mensen die wel haast hadden. Links en rechts werd ze ingehaald door snelle benen. Een meneer met een belachelijk klein rolkoffertje wierp haar een boze blik toe over zijn schouder. Ze ging blijkbaar niet snel genoeg voor de zakenman.

Bij een koffiezaakje bleef ze even staan. De geur van koffie en zoetigheden vulde haar neusgaten. Voor haar blonken donuts met roze glazuur als dure edelstenen. Het water liep haar in de mond. Ze graaide in haar rugzak naar haar portemonnee. Oh ja, ze had al haar ponden al uitgegeven. Ze wilde haar pinpas pakken, maar realiseerde zich dat ze iets tussen de tien en de twintig euro nog op haar bankrekening had staan, of minder inmiddels. Creditcard? Ook zo overdreven voor een koffie en een donut.

Ze stopte haar portemonnee snel terug in haar tas en liep snel weg van de zoetige lucht van suiker en gebrande bonen.


Ze struinde langs de deftige etalages. Weelderige jurken in azuurblauw, liters parfum en zwart gelakte koffers. Dat laatste had haar altijd een beetje vreemd doen overkomen. Wie kocht er nou een koffer op het vliegveld. Is het niet de bedoeling dat je die ingepakt en al meeneemt op reis?

Naarmate ze verder liep werd het rustiger. De etalages met dure merken hadden plaats gemaakt voor kiosken met apparaat-koffie en KitKats. Toen ze ook die voorbij was en richting de gates liep, kon ze eindelijk weer een beetje ademhalen. Hier liep een handje vol toeristen met overduidelijke felgekleurde kleding voor een tropische bestemming wat op en neer. Andere mensen zaten rustig te wachten in de blauwe plastic kuipjes die als stoelen dienst deden. Hier kon ze vast een plekje vinden om haar boek te lezen. Die ze in haar koffer had laten zitten en een uur geleden ingecheckt had bij de balie. Verdorie! Hoe kon ze nou zo stom zijn?

Met een gezicht vol onweer en afhangende schouders van haar eigen teleurstelling, zocht ze een stoel bij het raam. Dan maar vijf uur lang naar haar telefoon en opstijgende vliegtuigen kijken. Een paar meter voor haar was een stoel vrij. Ze wierp haar rugzak met een smak op de grond. Net toen ze zichzelf in het blauwe kuipje wilde laten zakken, schrok de jongen die naast haar kuipje zat wakker. Lena zag nog net hoe ze haar rugzak op de nietsvermoedende slaper had gegooid, maar kon de arm die in een punt op haar af kwam niet meer ontwijken.

'Oef.' Lena kreunde toen de elleboog in haar buik stompte en liet zichzelf in het kuipje vallen. 'Sukkel!' mopperde ze.

Twee donkere ogen keken haar wijds aan.

'Jij ebt een tas op mij gegooid!' De jongen, die nu niet meer zo jong leek, maar op een man met speels haar en ogen, keek haar beledigd aan.

Lena stamelde, 'ik. Ikke.' Ze slikte. 'Ach sorry,' zei ze uiteindelijk, 'zo bedoelde ik het niet.' Ze wreef over de pijnlijk plek op haar buik.

De man knikte. 'En je ad niet verwacht dat iek et zou verstaan.'

'Klopt,' gaf Lena toe en de man lachte.

'Gaat et wel? Et was ook niet mijn bedoeling om jou te slaan.' Hij keek om zich heen. De mensen wendde snel hun nieuwsgierige blikken af.

'Frans?'

'Mijn accent verraadt mij,' lachte de man. 'Noem me Sal.'

'Salvador?'

'Bijna!' zei Sal enthousiast, 'Salamon.'

'Lena.'

Ze schudden handen.

'Iek eb nog geen sorry gezegd.'

'Geeft niet,' beaamde Lena, 'ik had voorzichtiger moeten zijn.’ Ik was een beetje,' ze zuchtte.

'Boos?' vulde hij aan.

Lena knikte.

'Heeft jouw vliegtuig ook vertraging?' vroeg Sal.

'Ja, vlieg jij ook naar Amsterdam?' wilde Lena weten. De jongen of man had iets ongewoons. Ze kon niet inschatten hoe oud hij was. Als hij lachte verschenen er kleine rimpels rond zijn ogen, maar door zijn energieke manier van bewegen leek hij jong.

'Er is een storing bij Europe Airlines,' zei Sal, 'al un vliegtuigen ebben vertraging.'

'Meen je,' mompelde Lena, had ze echt zo alleen maar op zich zelf gelet dat ze niet door had gehad dat er meerdere vliegtuigen vertraagd waren? Ze had geen tijd om er over na te denken, want Sal praatte verder.

'Teknische storing, ze kunnen niet inchecken, niets. Ze denken dat et met een paar uur opgelost ies.'

'Dus ze weten het niet eens zeker?' vroeg Lena verontwaardigd.

Sal haalde zijn schouders op. 'We zullen et zien.' Hij wees naar haar buik, 'al beter?'

Lena knikte.

'Kan iek je dan een koffie kopen?'

Lena lachte. 'Dat is prima.'


Een walm van suiker en glazuur vulde de lucht om hen heen.

'Dat ruikt echt lekker vind je niet?' vroeg Sal die ook de zoete lucht niet kon weerstaan.

'Ik zou alles kunnen opeten,' zei Lena terwijl ze haar ogen op de donuts gefixeerd had.

Sal lachte. 'Jij mag één kiezen!'

'Verras me maar,' zei ze met een glimlach.

Sal liep weg en Lena koos een tafeltje naast een grote palmboom. Ze schoof het ijzeren stoeltje naar achteren en ging zitten. Ze zag Sal aandachtig naar de donuts kijken. Even moest ze lachen. Een half uur geleden stond ze hier een chagrijnige kop boos op zichzelf te zijn. Nu zat ze hier met een glimlach, wachtend op een kop koffie en een donut. En bovenal, goed gezelschap.


Sal manoeuvreerde door een kudde kakelende reizigers als een atleet op een hindernisbaan, moeiteloos de tassen op de grond ontwijkend.

'Dat was snel!'

Sal zette het dienblad op het kleine tafeltje. Met een glimlach gaf hij een grote kop dampende koffie. Op een bordje in het midden lag een chocolade donut.

'Als je weet wat je wilt, oeft et geen uren te duren,' zei hij terwijl hij ging zitten.

Lena gniffelde.

'Jij lakt mijn accent uit.'

Lena proestte. 'Lacht. Zeg lachh.'

'Misschien.' Sal sloeg zijn armen over elkaar en leunde naar achteren.

'Sorry,' zei Lena met haar hand voor haar mond om te verbergen dat ze nog steeds aan het lachen was, 'het is gewoon grappig!'

'Hm.' Sal leunde weer naar voren. 'Vooruit dan maar. Het is beter om te lachen, dan zo boos kijken.'

Lena wist niet waar ze kijken moest, ze had na het 'ongelukje' toch niet meer zo boos gekeken? Ze leek de donkere ogen niet te kunnen ontwijken. Alsof ze diep binnenin haar ziel konden kijken.

'Hoe komt het dat je zo goed Nederlands kunt?' vroeg ze om van onderwerp te veranderen en hopelijk vergaf hij haar met een compliment.

Sal nam een slok van zijn koffie zonder zijn ogen van Lena af te halen. 'Ik eb in Nederland Engels gestudeerd.'

Lena keek hem vaag aan.

'Dat was goedkoper dan in Engeland,' legde Sal uit, 'bovendien kunnen Nederlanders goed Engels spreken.'

Lena knikte. 'Klopt, maar waarom niet Scandinavië? Die kunnen ook goed Engels en hun onderwijs is gratis.'

'Dat klopt ook,' zei Sal vriendelijk, 'maar daar was ik al geweest en ik kon een beurs krijgen voor de Universiteit van Utrecht. Ik wilde leraar worden.'

'Ah.' Lena brak een klein stukje van de donut af, ze wilde niet gulzig lijken. 'Ben je nu leraar in Engeland?'

'Iek was, oui. Op de skool voor tieners. Uhm.' Hij dacht hardop na.

'De middelbare school?'

Hij knikte.

'En nu niet meer?'

Hij schudde zijn hoofd. 'Iek ben een LZL.'

Lena twijfelde, ze had geen idee wat dat betekende. Ze keek Sal blijkbaar moeilijk aan want die begon te lachen.

'Een leraar zonder leerlingen,' verklaarde hij. 'Er is weinig werk in Spanje nu, dus reis iek vaak naar Engeland. Dat noem ik dan fieldtrips op mijn resumé.'

'Dan moet je c.v. wel lang zijn.'

'Et telefoonboek van China is er nieks bij!' lachte hij.

Lena schudde haar hoofd vol ongeloof. 'Je zit vol met onzin.'

Zijn lippen krulden. 'Nee oor, je zit er flink naast. Eb jij nooit biologie les gehad?'

'Laat me even denken.' Ze tikte met haar wijsvinger tegen haar kin. 'Kan me niet herinneren.'

'Dan eb je een slekt geeugen.' Een groep Canadese toeristen liep langs.

'Wat!?' Lena zette haar kopje neer, boos kijkend naar de groep gepasseerde toeristen.

'Jij ebt het wel geoord.' Sal leunde op zijn arm en wees met zijn lepel naar Lena.

'Hoe is het met jouw geheugen gesteld dan?'

'Zeer goed,' verzekerde Sal haar.

Lena glimlachte. 'Dus jij kan me wel vertellen hoe het menselijk lichaam werkt. Jij hebt natuurlijk wel opgelet op school.'

'Dat eerste kan ik zeker, maar niet omdat ik dat op skool geleerd heb. Iek werd van skool gestuurd.'

'Hoezo?' wilde Lena weten. Ze brak nog een stukje van de donut af.

'Een misverstand.' Hij streek met zijn hand door zijn diepbruine haren.

Lena kneep haar ogen samen. 'Wat voor een misverstand?'

'Iek wist niet dat ik aanwezig moest zijn.'

Hij roerde in zijn laatste beetje koffie.

Lena keek hem verbaasd aan. Hij bekeek haar schuin door zijn wimpers. Daarna lachten ze allebei.

'Ja hoor,' klaagde Lena lachend. 'Echt waar?'

Hij haalde zijn schouders op en dronk zijn laatste beetje koffie op. 'Eet jij die donut nog op?'

Lena schudde haar hoofd van niet.

Sal stopte het laatste stukje in zijn mond. 'Wat gaan we nu doen?' vroeg hij toen hij klaar was en zijn handen afveegde aan een servet.

'Het observatiedeck?'

'Hm?'

Lena wees met haar vinger naar boven. 'Dan hebben we een beetje frisse lucht.'

Sal knikte.


Het zonlicht verdreef de ochtendschemer. Een aantal rokers stond in die voor hen aanwezen zone. Er waren verder maar drie mensen in totaal op het deck. Een frisse wind stuurde de meeste mensen die een foto kwamen nemen snel weer naar binnen. Alleen een stel duiven waagden zich langer op het deck, zoekend naar restjes eten. Sal en Lena liepen door naar het einde van de strook. Aan weerszijden waren lange banen met staaldraden gespannen. Zwijgend bekeken ze de landingsbanen. Lena botste tegen Sal aan. Haar hand raakte de zijne.

Sal keek haar aan. 'Vind je et niet een beetje vroeg om handen vast te ouden?'

'Uh,' stamelde Lena.

'Ik bedoel,' ging hij verder voordat Lena iets kon zeggen en keek op zijn horloge, 'het is pas half tien!'

Lena lachte verlegen. Ze draaide haar hoofd weg en plukte aan haar jas. Ze ging zitten op een bankje en keek naar een vliegtuig dat opsteeg.

'Heb je het niet koud?' Sal kwam op het bankje naast haar zitten.

'Niet echt nee. Ik kom uit Nederland. Ik ben wel wat gewend qua regen en kou.'

Sal knikte. 'Nederland is mooi.'

'Valt wel mee.'

'Waarom?'

'Ach, het heeft z'n momenten,' bekende Lena.

'Ik begrijp het niet.'

'Nederland is saai voor Nederlanders. Zo werkt dat denk ik, als je ergens opgroeit. Voor een Zwitser is een berg niets, maar voor een Nederlander is het een majestueuze reus.'

Sal knikte. 'Ik kom uit het westen van Spanje, iek ben opgegroeid in de bergen. Iek vind het grappig dat alles vlak is.'

Lena keek Sal aan. 'Ik dacht dat je Frans was?'

Sal knikte. 'Voor het grootste gedeelte wel.'

Lena keek hem weer verbaasd aan. Sal was charmant met zijn sprankelende ogen en zijn aanstekelijke glimlach. Maar ze snapte soms ook helemaal niets van hem. Wie was deze man eigenlijk?

'Je moet niet zo negatief doen over je vaderland. Of heeft het je niet goed grootgebracht?' ging Sal verder.

'Jawel.'

'Dat dacht ik.' Sal glimlachte voorzichtig.

'Ben jij trots op je vaderland?' Welke dat dan mag zijn, dacht Lena.

'Zeker, maar ik ben er al lang niet geweest.'

Lena keek hem aan, 'waarom niet als ik vragen mag?'

Hij staarde voor zich uit. 'Iek eb nieks om naar terug te gaan.' Hij zuchtte en maakte een schopbeweging alsof hij een voetbal probeerde te raken. Een paar duiven vlogen weg.

'Maar reizen ies ook leuk,' zei hij opgewekter, 'iek zie wat van de wereld en iek kom allerlei interessante mensen tegen!'

Zijn donkere ogen staarden in die van Lena.

Ze lachte verlegen. 'Oh, jammer dat je dan net mij tegen het lijf bent gelopen.'

Hij fronste. 'Je maakt een grapje.'

'Jij bent niet de enige die lollig kan doen!'

'Wat kan doen?'

'Lollig,' giechelde ze.

'Lollieg,' herhaalde hij.


Wel een honderdtal verschillende olijfolies pronkte in de etalage.

'Ik wist niet dat er zoveel waren.' Lena liet haar ogen over de opties glijden. Citroen, rozemarijn, gember, chili.

'Oh ja,' zei Sal, 'vooral de chili over de pizza. Dat ies verrukkelijk.'

Lena keek Sal aan. 'Mag ik jou iets vragen?'

Sal keek geschrokken, maar knikte.

'Hoe vaak per dag denk jij aan eten?'

Hij moest lachen. 'Een keer,' zei hij opgelucht omdat de vraag minder ernstig was dan dat hij verwachtte, 'en dan de hele dag door! Maar om je gerust te stellen; Pizza met chili is mijn favoriet.'

'Is niet te zien.' Lena bekeek Sal's postuur, hij was slank en atletisch, maar ook weer niet erg gespierd.

'Veel sporten, dan kan je ook veel pizza eten.'

'Ik ben meer een fan van dat laatste.'

'Dat is ook de leukste van de twee,' gaf Sal toe, 'want je kan er bier bij drinken.'


De twee liepen door tot ze weer een rustig plekje hadden gevonden. Sal haalde een pakje kaarten uit zijn jaszak. Hij schudde het pakje voor Lena's neus. 'Wil je?' vroeg hij.

'Heb je die altijd bij je?' vroeg Lena.

'Niet altijd,' bekende Sal, 'alleen als het uitkomt.'

Met een stoel tussen hun in als tafel, deelde Sal de kaarten. 'Wat ga je doen als je in Amsterdam bent?' wilde hij weten.

'Naar huis.'

Sal bleef haar aankijken. Het antwoord was niet voldoende.

'Want morgen moet ik werken.' Lena pakte haar kaarten op.

'Je hebt er geen zin in.' Het was meer een stelling dan een vraag.

'Nee,' zuchtte Lena. 'Op vakantie gaan is leuker.'

'Waarom ga je dan niet op vakantie morgen?'

'Omdat ik geld nodig heb!'

'Waarvoor?' vroeg Sal verrassend verbaasd.

'Om op vakantie te gaan.'

Hij schudde zijn hoofd. 'Jij begint.'


De zon stond hoog aan de hemel en warmde de twee kaartspelers op achter de grote glazen ramen.

'Je wint weer!' lachte Sal.

'Niet slaan!' grijnsde Lena.

Sal schudde zijn hoofd. 'Dat zou iek geen tweede keer durven.'

'Je bent goed in verliezen.'

Sal wreef over zijn kin. 'Klopt, maar iek ben in heel veel dingen goed.'

Lena pakte de kaarten en maakte er een stapeltje van. 'Zoals?'

'Zoals,' hij dacht na, 'iek ben eel goed in tuinieren.'

'Oh, dat had ik niet verwacht.'

Hij lachte. 'Houd je van verassingen?'

'Ik denk het,' fronste Lena, terwijl ze bedacht wat hij daarmee zou kunnen bedoelen.

Sal pakte het stapeltje kaarten uit Lena's handen. Hij stopte ze terug in het doosje en vervolgens in zijn zak. Vluchtig keek hij op zijn horloge en stond op.

Lena keek hem verwonderd aan.

Sal pakte haar bij de handen en trok haar omhoog uit haar stoel.

'Niet schikken,' zei hij. Hij zocht met zijn rechterhand in de binnenzak van zijn jas. Toen hij zijn hand eruit haalde, zat er een witte roos in zijn hand.

'Waar haal je die nu weer vandaan?' Lena keek aandachtig naar de roos. De bladeren leken van een wit satijn. Ze waren puur als vers gevallen sneeuw en perfect gevormd. Ze voelde aan de blaadjes. Ze waren echt.

Sal glimlachte.

Lena keek hem nog eens goed aan. Waar? Hoe? Ze snapte er niets van. Ze keek naar Sal. Het viel haar nu pas op dat hij geen tas of koffer bij zich droeg.

'Voor een roos opent zich de weg.'

'Ik begrijp het niet.'

'Nog niet, of misschien nooit. Dat ligt nu volledig in jouw handen.' Hij vouwde haar handen voorzichtig om de roos. Zijn hoofd kwam dichterbij.

Het leek alsof Lena geen adem meer kon halen. Hij drukte een kus op haar lippen. Rillingen liepen over haar rug.

Langzaam liet hij haar handen los. Een glimlach speelde op zijn lippen. Hij draaide zich om en liep weg.

Lena stond aan de grond genageld. Wat was er zojuist gebeurd? Waarom liep hij weg? Wat moest ze doen? Hem achterna lopen? Iedere vraag die bij haar opkwam verlamde haar meer. Iedere stap die hij deed en hem verder van haar verwijderde, draaide haar maag zich steeds een beetje verder om. Lena schudde haar hoofd. Wat was er met haar aan de hand? Ze kon onmogelijk verliefd zijn, ze had hem pas net leren kennen! Toch betrapte ze zichzelf erop dat ze hem leuk vond. Bijzonder. Hoe hard ze het ook probeerde tegen te houden, ze kon het niet helpen dat de tranen haar in de ogen sprongen. Waarom huilde ze als een klein meisje van wie haar lievelingsteddybeer werd afgepakt? Of huilde ze omdat het haar weer gelukt was een leuke en grappige man tegen te komen, die ze nooit meer zou zien. Die nu van haar wegliep?

Ze keek hoe hij verder en verder liep. Ze besloot zich te vermannen. Hij gaat weg, vertelde ze zichzelf. Hij is niet geïnteresseerd in je. Hij speelt graag spelletjes met vrouwen. Ze had gelijk gehad, het was een sukkel. Nu wist ze het zeker. Hij was het niet waard. Ze wilde zich net omdraaien, toen hij dat ook deed. In de verte zag ze hem staan. Zijn donkere ogen en haar staken uit bij de witte muren. Hij bleef roerloos staan en keek naar haar. Daarna zwaaide hij. Lena deed niets behalve terug staren. Hij glimlachte en verdween om de hoek.


(Wordt vervolgd..)





Ik hoop van harte dat je van deze twee verhalen genoten hebt. Met veel plezier (en moeite) heb ik ze geschreven. Ik zou het erg op prijs stellen als je/u het verhaal een waardering zou kunnen geven of een beoordeling zou kunnen schrijven.


Alvast bedankt en hopelijk zie ik je/u bij het volgende verhaal!




Download this book for your ebook reader.
(Pages 1-27 show above.)